• 01
    dec.
    Het ABC van de aansprakelijkheidsbeperkende en -uitsluitende clausules  

    Om zich zo goed mogelijk te wapenen tegen de nadelige (financiële) gevolgen van een schadegeval, kan de architect aansprakelijkheidsbeperkende en/of –uitsluitende clausules opnemen in zijn contract met de bouwheer. Dergelijke clausules zijn toegelaten. Ze mogen echter nooit tot het gevolg hebben dat de 10-jarige aansprakelijkheid (zoals vervat in artikel 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek), welke van Openbare Orde is, uitgesloten of beperkt wordt. Evenmin mogen deze clausules de aansprakelijkheid voor persoonlijke opzettelijke fouten uitsluiten of beperken of de aansprakelijkheid van de architect voor één van zijn essentiële contractuele verplichtingen uitsluiten of beperken. Exoneratieclausules worden restrictief geïnterpreteerd. Een correcte formulering is cruciaal. Hieronder overlopen wij enkele aandachtspunten:

    Informatie omtrent de bouwplaatsgegevens

    Het spreekt voor zich dat de architect, vooraleer de studies worden aangevat, correct en nauwkeurig dient ingelicht te worden door de bouwheer omtrent de bouwplaatsgegevens. De bouwheer zal dan ook de architect moeten informeren betreffende de de eigendomstitels, de juiste terreingegevens met afpalingen en terreinhoogten, de stedenbouwkundige voorschriften, de private of openbare erfdienstbaarheden en alle andere nodige informatie. De architect doet er dan ook goed aan om in het architectencontract te stipuleren dat hij niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de echtheid en de werkelijkheid van de door de bouwheer verstrekte inlichtingen en documenten alsmede de uitvoeringsgevolgen die eruit kunnen voortvloeien.

    Budgetoverschrijding

    Wanneer het bouwbudget wordt opgenomen in de architectenovereenkomst, wat overigens niet verplicht is, dient te worden uitgegaan van een raambudget en niet van een vaststaand bedrag. De terminologie is hier van essentieel belang. Een raambudget impliceert immers een inspanningsverbintenis, terwijl een vast bedrag slaat op een resultaatsverbintenis.  Het is aan te raden om in de architectenovereenkomst de mogelijkse aansprakelijkheid van de architect wegens een budgetoverschrijding te beperken door duidelijk te vermelden dat het raambudget niet geldt als een overeengekomen kostprijs met de bouwheer en geen enkele aansprakelijkheid inhoudt van de architect i.v.m. de uiteindelijke kostprijs voor het project mocht deze in een later stadium om welke reden ook overschreden worden, tenzij de overschrijding van het budget te wijten zou zijn aan een fout van de architect. De uiteindelijke kostprijs wordt bepaald tussen de bouwheer en de aannemers.

    Beperkte opdrachten (t.e.m. gesloten ruwbouw)

    Indien de opdracht van de architect beperkt blijft tot de gesloten ruwbouw (water- en winddicht) dient dit ook uitdrukkelijk en duidelijk vermeld te worden in de overeenkomst. Belangrijk is dat duidelijk omschreven wordt wat de opdracht van de architect inhoudt, maar ook wat niet tot zijn opdracht behoort. De architect wordt immers vermoed een volledige opdracht (ontwerp + controle) te hebben aanvaard voor de totaliteit (ruwbouw en afwerking) van de werken. Elke afwijking moet aldus contractueel vastgelegd worden, zoniet loopt de architect het risico dat hij bij gebrek aan bewijs van het tegendeel aansprakelijk blijft voor de totaliteit van de werken. Bij een duidelijke vermelding en beschrijving van de beperkte opdracht zal de architect dus ook niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de specifieke taken die niet tot  zijn opdracht behoorden. Wij raden de architect aan om bijvoorbeeld in het architectencontract te vermelden dat de bevloering, bepleistering, klimatisering, elektriciteit, sanitair,  keuken- en badkamerinrichting,… niet tot zijn opdracht behoren.

    Geen toezicht of leiding op de werf

    Wij merken op dat er vaak onduidelijkheid bestaat omtrent de terminologie “leiding”, “toezicht” en “controle” op de werf. De wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect spreekt duidelijk over “controle op de uitvoering van de werken”. De architect voert geen leiding op de werf t.a.v. de aannemer(s) omdat leiding een bevelbevoegdheid inhoudt t.a.v. diegene die in ondergeschikt verband handelt. De architect beschikt niet over een dergelijk (juridisch) gezag t.a.v. de betrokken personen belast met de uitvoering. Bovendien kan de aannemer niet zomaar als een blinde uitvoerder worden beschouwd. De term toezicht doelt dan weer op een permanent toezicht op de werf, wat uiteraard ook niet aan de orde is.

    Het is aan te raden dat in de architectenovereenkomst duidelijk wordt vermeld dat de controleverplichting van de architect een algemene controle omvat op de uitvoering van de werken conform de goedgekeurde plannen en de regels van de kunst. Deze controleverplichting houdt zodoende enkel een algemeen nazicht van de werken in, en dus geen permanent toezicht of leiding van de werken.

    Andermans fouten en gespecialiseerde studies

    De architect is enkel aansprakelijk voor zijn eigen fouten en niet voor de vergissingen, vertragingen en fouten van de andere bouwpartners. Het is aan te raden dat voor taken die niet door de architect zelf zullen uitgevoerd worden (bv. stabiliteitsstudie, studie technieken, opstellen van staten en bevindingen, grondonderzoek, …), in de architectenovereenkomst wordt voorzien dat de bouwheer hiervoor zelf een afzonderlijke overeenkomst afsluit met de desbetreffende specialist en dat de architect geen aansprakelijkheid draagt voor deze opdrachten, noch voor de controle op de werken m.b.t. deze opdrachten.  Indien deze opdrachten deel uitmaken van de takenpakket van de architect, blijft de architect hiervoor aansprakelijk, zelfs al besteedt hij deze taken voor 100 % uit aan een onderaannemer(s).  De architect zal in die situatie als eerste aangesproken worden en hij moet dan zelf zien om, indien mogelijk, verhaal uit te oefenen bij zijn onderaannemer.  De gouden regel is dus om de architectenopdracht duidelijk af te bakenen van de opdracht van de ingenieur, bouwcoördinator, en andere specialisten…

    Uitsluiting ‘in solidum’ gehoudenheid

    In geval van een veroordeling ‘in solidum’ zal de architect niet alleen aansprakelijk zijn voor zijn eigen daden maar tevens ook voor de fouten van andere bouwpartners. Bij een veroordeling ‘in solidum’ is er aldus sprake van gedeelde aansprakelijkheid en kan de architect gehouden zijn in te staan voor de financiële gevolgen van de totale schade van de bouwheer, niettegenstaande de technische aansprakelijkheid van de architect beperkt kan zijn. Aldus zou de architect bijvoorbeeld kunnen opdraaien voor de totale schade indien een andere bouwpartner insolvabel blijkt te zijn of reeds van de markt is verdwenen. Om deze nadelige gevolgen te vermijden is het aldus van uiterst belang dat een clausule wordt ingelast in de architectenovereenkomst waarbij de ‘in solidum’ gehoudenheid van de architect met de andere bouwpartners wordt uitgesloten. Een dergelijke clausule is geldig voor zover ze duidelijk en ondubbelzinnig verwoord is.

    fabricagefouten

    Het is aangewezen om in het architectencontract te vermelden dat de architect niet aansprakelijk kan gesteld worden voor inherente conceptie- of fabricagefouten van de materialen. Voor dergelijke gebreken zal de bouwheer zich moeten wenden tot de leverancier of producent.

    Aansprakelijkheidsbeperking tot de verzekerde kapitalen

    De architect kan zijn aansprakelijkheid beperken tot de bedragen waarvoor hij is verzekerd. Zodoende kan vermeden worden dat de architect, ingeval van uitermate ernstige schade, zelf dient in te staan voor de financiële gevolgen van de schade die de verzekerde kapitalen overstijgen. Een dergelijke clausule is mogelijk op voorwaarde dat de bouwheer duidelijk wordt geïnformeerd m.b.t. de essentiële elementen van de polis beroepsaansprakelijkheid. Die essentiële elementen zijn in het algemeen: de verzekerde risico’s, de verzekerde kapitalen en de belangrijkste uitzonderingen.

    Wij raden aan dat de architect, die zijn aansprakelijkheid wenst te beperken tot de verzekerde bedragen van zijn beroepsaansprakelijkheidspolis, de bijzondere voorwaarden van zijn polis beroepsaansprakelijkheid toevoegt aan het contract met de bouwheer. Een ‘passieve’ verwijzing naar de omstandigheid dat een kopie van deze voorwaarden op eerste verzoekt wordt overgemaakt aan de bouwheer lijkt ons niet voldoende om ze tegenstelbaar te maken.

    Aansprakelijkheidsbeperking voor lichte verborgen gebreken

    De aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken die niet gedekt zijn door de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek kunnen conventioneel worden beperkt tot bijvoorbeeld een periode van 3 jaar na de voorlopige oplevering. De 10-jarige aansprakelijkheid van de architect, welke betrekking heeft op ernstige gebreken die de stevigheid van gebouw aantasten, is van openbare orde en zal dus niet conventioneel kunnen worden ingekort.

    Bijkomend kan voor de licht verborgen gebreken contractueel worden vastgelegd binnen welke termijn vanaf de ontdekking van het gebrek, de bouwheer gerechtelijke actie moet ondernemen. Aldus kan bijvoorbeeld gestipuleerd worden dat elke rechtsvordering m.b.t. lichte verborgen gebreken slechts ontvankelijk is mits ze ingesteld wordt binnen een termijn van zes maanden na de dag dat de bouwheer kennis had of had moeten hebben van het gebrek.

    De uitsluiting  van de verdedigingskosten

    De uitsluiting van de verdedigingskosten uit de te verhalen schade is niet a priori onrechtmatig voor zover rekening wordt gehouden met artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat de in het ongelijk gestelde partij een rechtsplegingsvergoeding, zijnde een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij, dient te betalen. De architect en de bouwheer kunnen aldus in hun contract bepalen dat de kosten en het ereloon van hun juridische, technische en andere raadslieden zelf gedragen dienen te worden en dat deze post wordt uitgesloten van de eventueel te verhalen schade en dat de partijen daarnaast ook elkaar niet ter vrijwaring kunnen roepen voor de betaling van kosten en erelonen van de raadslieden van andere partijen die hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks bij het bouwgebeuren betrokken zijn.

    Tip: Onze modelovereenkomst getoetst

    In het kader van de aansprakelijkheidsbeperkende en – uitsluitende clausules dient rekening gehouden te worden met de dwingende bepalingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake vrije beroepen en met de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming.

    De wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake vrije beroepen bevat bepalingen inzake onrechtmatige bedingen. Onrechtmatig zijn bijvoorbeeld de bedingen die tot doel of gevolg hebben “de rechten van de cliënt ten aanzien van de titularis van een vrij beroep in geval van een volledige of gedeeltelijke wanprestatie op ongepaste wijze uit te sluiten of te beperken”. Ook de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming is in principe van toepassing op overeenkomsten tussen architect en consumenten. Deze wet hanteert dezelfde principes als de wet van 2 augustus 2002 en bevat ook een uitgebreide waslijst van onrechtmatige bedingen. De sanctie is dat elk onrechtmatig beding verboden en nietig is. De overeenkomst blijft wel bindend voor partijen indien ze zonder onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. Dit zal altijd ‘in concreto’ moeten beoordeeld worden door de rechter.

    Niet onbelangrijk is ook het advies van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen (COB), een commissie binnen de schoot van de FOD Economie, welke op vraag van de vzw Belgische verbruikersunie Test-Aankoop architectuurcontracten heeft getoetst en geanalyseerd en een advies heeft uitgebracht m.b.t. aansprakelijkheidsclausules (COB 26 van 16 december 2009). Een aantal aansprakelijkheidsbeperkende en –uitsluitende clausules zoals de uitsluiting van de ‘in solidum’ gehoudenheid werden door deze commissie onder de loep genomen. Het advies van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen is echter niet bindend. Als een advies over een bepaalde clausule negatief is, wil dit niet zeggen dat u die clausule niet mag hanteren. Het zal dan aan de feitenrechter zijn of hij de clausule in kwestie al dan niet aanvaardt.

    Nog toe te voegen: de modeloverkomst hier te downloaden.

  • 07
    nov.
    Nieuwe regeling voor huispersoneel sinds 1 oktober 2014 

    Hebt u een poetsvrouw of tuinman? Dan moet u zich voortaan als ‘werkgever’ inschrijven bij de RSZ.

    Deze nieuwe regeling is een aanpassing van de bestaande Belgische regelgeving aan een internationale conventie ter bescherming van huispersoneel.  Sedert 1 oktober 2014 is huispersoneel onderworpen aan de sociale zekerheid. Iedereen die huispersoneel tewerkstelt voor huishoudelijke prestaties van overwegend manuele aard wordt als werkgever beschouwd.

    Deze regeling is niet van toepassing voor occasionele activiteiten van niet-manuele aard ten behoeve van een huishouden, voor zover deze activiteiten maximaal 8 u per week bedragen bij één of meerdere werkgevers. Babysitten, oudere of zieke personen gezelschap houden, boodschappen doen voor minder mobiele personen etc. blijven dus in principe buiten toepassing van deze nieuwe regelgeving. 

    Zodra de huishoudelijke activiteiten manueel van aard zijn, met een zekere regelmaat of gedurende meer dan 8 uur per week uitgevoerd, is de regelgever van mening dat deze huisarbeiders een gelijkaardige bescherming moeten genieten als andere werknemers. Poetshulp, wassen en strijken, een tuinman of klusjesman zullen dus steeds onderworpen zijn aan de sociale zekerheid.

     

    De nieuwe regelgeving heeft een aantal belangrijke gevolgen.

    • Ten eerste is iedereen die een poetsvrouw, tuinman, klusjesman enz. tewerkstelt, verplicht om zich als werkgever te registreren bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Hij zal bij de start en het einde van de arbeidsovereenkomst een Dimona-aangifte moeten doen.  Trimestrieel zullen de geleverde prestaties en het betaalde loon moeten aangegeven worden en op het betaalde loon zullen bijdragen aan de Sociale Zekerheid moeten betaald worden. 

    Voor meer info hierover kan u bellen naar het contactcenter van de sociale zekerheid op het nummer 02/511.51.51 of u kan terecht op de website https://www.socialsecurity.be/instructions/nl/instructions/intermediate/....
    Voor alle duidelijkheid: indien u enkel personeel tewerkstelt door middel van dienstencheques, dan worden de sociale lasten en de arbeidsongevallenverzekering geregeld via het dienstenchequebedrijf.  In dit geval verandert er voor u niks.

    • Ten tweede is er ook een verplichting om een polis arbeidsongevallen af te sluiten. Reeds lopende polissen arbeidsongevallen voor huispersoneel moeten aangepast worden aan de nieuwe wetgeving. Hiervoor dient de verzekeringnemer zijn RSZ-identificatienummer mee te delen aan de verzekeraar. Zonder RSZ-nummer kunnen geen polissen meer afgesloten worden.

    • Ten derde voorziet het sociaal strafrecht strafrechtelijke sancties als blijkt dat u huispersoneel tewerkstelt zonder inschrijving bij de RSZ en/of zonder dat u voor hen een arbeidsongevallenverzekering hebt afgesloten.    

    Samenvattend kunnen we stellen dat als u huispersoneel tewerkstelt voor manuele taken (zoals poetsen, wassen, strijken, tuinieren, …) of als de persoon die u komt helpen meer dan 8 uur per week activiteiten voor u verricht, u per kerende zowel de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid als ons kantoor moet contacteren teneinde u in regel te stellen met uw inschrijving bij de RSZ, de wettelijk verplichte polis arbeidsongevallen te onderschrijven of uw bestaande polis te laten aanpassen aan deze nieuwe regeling.

    Contacteer ons op 051/72.22.14 of info@idesramboer.be.  Wij helpen u graag verder !

     

  • 07
    nov.
    De elektronische aanwezigheidsregistratie en de architect: een voorlopige stand van zaken 

    U heeft het waarschijnlijk al via allerhande media vernomen. Sedert 1 april 2014 is de elektronische aanwezigheidsregistratie in de bouwsector een feit. Alle personen die werkzaam zijn op tijdelijke en mobiele werven - waarvan de totaalfactuur groter is dan € 800.000 - moeten zich dagelijks registeren. Met die zogenaamde ‘whereabouts voor de bouw’ wil de overheid een duidelijk beeld hebben van alle personen die op een bepaald moment op een bouwplaats aanwezig zijn. Uiteraard zal de overheid met dit systeem ook de sociale fraude harder trachten aan te pakken.

    Voor wie geldt deze registratieplicht?

    In de bouwpraktijk bestaat er heel wat onduidelijkheid rond de vraag wie zich concreet dient te registreren. Men kan algemeen stellen dat iedereen die actief betrokken is bij de totstandkoming van een werf dit dient te doen.

    Volgende personen moeten zich registreren op de betrokken werf (niet-limitatieve lijst / bron: www.bouwunie.be):

    -          Alle personen die werken in onroerende staat verrichten, dit zijn o.a.:

    ·         alle eigen arbeiders
    ·         de werknemers van de (onder)aannemers
    ·         de uitzendkrachten
    ·         de zelfstandigen
    ·         werkende vennoten
    ·         al dan niet bezoldigde leerlingen-stagiairs, leercontracten

    -          Werfleiders
    -          Monteurs van torenkranen
    -          De plaatsers van bureaucontainers
    -          Chauffeurs betonmixers die beton rechtstreeks storten/pompen in bekisting-          Operatoren van betonpompen
    -          Bedieners van machines die werken in onroerende staat verrichten
    -          De bouwdirectie belast met het ontwerp (bv. de architect)
    -          De bouwdirectie belast met de uitvoering (bv. de hoofdaannemer)
    -          De bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering (bv. de architect)
    -          De veiligheidscoördinator ontwerp
    -          De veiligheidscoördinator verwezenlijking
    -          …

    Voor wie geldt deze registratieplicht niet?

    -          De bouwheer
    -          De architect (voor zover hij niet onder de noemer van de bouwdirectie valt zoals hierboven opgesomd)
    -          studiebureau stabiliteit / speciale technieken
    -          EPB-verslaggevers
    -          De directie, verkoper, verantwoordelijke van de bouwbedrijven op de werf (voor zover zij geen werken in onroerende staat verrichten)
    -          Experten, verzekeringsmakelaars
    -          De technicus die de werf bezoekt in het vooruitzicht een offerte op te maken
    -          Chauffeurs die geen werken in onroerende staat verrichten, maar enkel bv. leveren, laden of lossen.
    -          Administratief personeel
    -          …

    Hoe zit het met de architect?

    In beginsel zal de architect zich inderdaad dienen te registreren, zij het niet per se omdat hij architect is, maar wel omdat hij wordt beschouwd als zijnde de bouwdirectie belast met het ontwerp en bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering.

    Als er geen specifieke persoon (of rechtspersoon) andere dan de architect werd aangesteld om de functie van bouwdirectie belast met het ontwerp en bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering uit te oefenen dan zal, ons inzien, de architect niet om de registratieverplichting heen kunnen gaan.

    Onder andere het NAV is fel gekant tegen het feit dat de elektronische aanwezigheidsregistratie ook verplicht is voor architecten. De effectiviteit van deze regelgeving is voor architecten uiterst twijfelachtig. De overheid gaat met deze wet immers o.a. de strijd aan tegen illegale arbeid en sociale dumping. Dat fenomeen is bij architecten quasi onbestaande. Bovendien geldt de regelgeving niet voor ingenieurs en studiebureaus maar wel voor architecten. De logica lijkt hier inderdaad ver zoek. Bovendien verzwaart deze nieuwe wetgeving nog maar eens het administratieve takenpakket van de architect …

    De verantwoordelijkheid voor de registratie ligt echter wel bij de bouwdirectie belast met de uitvoering (dit is de hoofdaannemer). Deze moet een registratieapparaat ter beschikking stellen van zijn onderaannemer(s). Deze onderaannemer moet dit apparaat op zijn beurt ter beschikking stellen van zijn onderaannemer(s), enzovoort.  De bedoeling is dus dat dit apparaat gebruikt wordt in de hele keten van onderaanneming. Elk persoon die op de bouwplaats aanwezig is, zal zich moeten kunnen registreren. Deze informatie komt terecht in de gegevensbank van de sociale zekerheid. Statuut of herkomst spelen geen rol.

     

    Systeem nog niet op punt.

    De wetgever heeft zware boetes voorzien bij niet-naleving van de registratieverplichting. Deze kunnen oplopen tot € 6.000. In geval van een arbeidsongeval kunnen nog zwaardere boetes worden opgelegd aan de werkgever of de aannemer (tot € 36.000). De RSZ voorzag echter wel een soort ‘testperiode’ waarin aannemers konden kennismaken met het nieuwe systeem. Tijdens deze periode (initieel tot 1/10/2014) kon de RSZ ook alle bedrijven actief begeleiden in de opstart van de registraties. Deze proefperiode werd ondertussen uitgesteld tot 1/01/2015.

    Nu het uitstel van de boetes een feit is, stelt het NAV zich terecht nogmaals de vraag waarom de elektronische aanwezigheidsregistratie ook van toepassing is op architecten. Het NAV had gevraagd om een verlenging van de proefperiode. De toepassing van de regelgeving is voor architecten immers nog hoogst onduidelijk. Bovendien toont de proefperiode aan dat ook de aannemers - welke verantwoordelijk zijn voor het ter beschikking stellen van een registratiesysteem op de werf - onvoldoende voorbereid zijn. Ook de RSZ zelf is na tal van problemen nog bezig met aanpassingen aan haar eigen registratiesysteem. Men kan gerust stellen dat de regelgeving omtrent de elektronische registratieverplichting op werven nog niet op punt staat. We houden u verder zo goed mogelijk op de hoogte zodra we hieromtrent extra nieuws ontvangen.

     

  • 01
    sep.
    Buitenlandse projecten: Wat met de aansprakelijkheid 

    In de dagelijkse praktijk stellen we vast dat er steeds meer grensoverschrijdend wordt gewerkt. Belgische ontwerpers voeren opdrachten in het buitenland uit. Of ze werken samen met buitenlandse ontwerpers. Door de groeiende mondialisering van onze samenleving zullen deze internationale samenwerkingsverbanden wellicht verder toenemen. We belichten daarom kort de aspecten aansprakelijkheid en verzekerbaarheid van dit soort projecten.

    Wat zegt 'de' wet?

    Uw aansprakelijkheid wordt bepaald  door de specifieke  regelgeving van het land waar u een project uitvoert. Hou er dus rekening mee dat deze anders zal beoordeeld  worden dan de aansprakelijkheid voor uw projecten in België.  

    De regelgeving in Frankrijk sluit het meest aan bij deze van ons. Beide systemen zijn immers gebaseerd op de Code Napoleon. Met de wet Spinetta (1978) werd de aansprakelijkheid in Frankrijk echter gevoelig zwaarder. Wij kennen dan weer de tienjarige aansprakelijkheid die in andere landen niet van toepassing is.

    Bij buitenlands projecten zal u tevens rekening moeten houden met de geldende technische en administratieve vereisten .  Gezien de grote verscheidenheid is het aangewezen om samen te werken met plaatselijke ontwerpers die de lokae finesses kennen en beheersen.

    De territoriale dekking van uw polis.

    In welke mate uw polis de beroepsaansprakelijkheid dekt voor buitendlandse projecten hangt af van uw verzekeraar en het land waar u uw project wenst te realiseren.

    Bij sommige polissen vallen enkel projecten of opdrachten in België of de Benelux onder de waarborg.  Een uitbreiding naar andere landen kan aangevraagd worden. Als het risico door de verzekeraar wordt aanvaardt,  zal de uitbreiding in de bijzondere voorwaarden van de polis worden opgenomen.  De meeste polissen voorzien reeds een ruimere territoriale dekking, zodat projecten en in landen van de Europese Gemeenschap - met uitzondering van Frankrijk - automatisch verzekerd zijn.            

    Wij raden  u aan om ons sowieso te contacteren wanneer u een project in het buitenland wenst uit te voeren. Zo kunnen we nagaan hoe sluitend uw actuele polis is en of  een uitbreiding al dan niet wenselijk is.  Indien er geen uitbreiding nodig is, volstaat het om dit project mee aan te geven in uw jaarlijkse aangifte van uitgevoerde werken en opgevraagde erelonen. Deze opdrachten zullen afgerekend worden aan de gebruikelijke premievoet die in uw polis werd opgenomen.

    Opdrachten in Frankrijk.

    We haalden al eerder de uitzondering o pde regel aan die te wijten is aan de wet Spinetta. Er zal een verzekeringsattest moeten afgeleverd worden  dat uw polis voldoet aan de Franse wetgeving. Voor werven in Frankrijk zalbijgevolg een aparte polis moeten onderschreven worden.Hou er rekening mee dat de premies gevoelig hoger liggen dan deze van uw courante polis.  Vraag dus tijdig een richtofferte zodat u deze premie kan incalculeren in uw ereloon.

    Uitbreiding naar andere landen in Europa of wereldwijd.

    Algemeen kan gesteld worden dat een uitbreiding naar andere landen EU-landen normaliter mogelijk is. Voor landen buiten Europa kan uw eigen verzekeraar soms een uitbreiding voorzien. Iedere aanvraag wordt dossier per dossier bekeken. Om het risico te kunnen beoordelen, dient u een zo ruim mogelijk informatiedossier samen te stellen over de aard en omvang van de werken, de ligging van het risico, andere betrokken ontwerpers, de geraamde waarde, de voorziene erelonen, de voorziene bouwperiode, etc.

    Op basis hiervan zal de verzekeraar oordelen of het risico aanvaard kan worden en onder welke voorwaarden. Meestal zal een hogere premie en een hogere vrijstelling worden gevraagd. De maatschappij zal zich immers moeten verdiepen in de plaatselijke regelgeving. Bij een eventueel schadegeval zal ze extra kosten moeten maken om uw belangen ter plaatse te verdedigen. Er zullen experten moeten komen en er zal ook beroep moeten gedaan worden op plaatselijke advocaten.
    Wanneer de dekking door uw eigen verzekeraar wordt voorzien, dan zal de waarborg nooit ruimer zijn dan de waarborg die u zou genieten conform de Belgische wetgeving en/of rechtspraak. Ongeacht dus van wat de specifieke buitenlandse wetgeving en/of rechtspraakinhoudt.

    Uitbreidingen voor de VS, Canada, Aziatische en Afrikaanse landen,  zullen in principe niet mogelijk zijn.  In dergelijke cases is het aangewezen om zich te verzekeren bij een lokale verzekeringsmaatschappie die thuis is in de materie. Indien u samengewerkt met lokale ontwerpers is het doorgaans opportuun om u aan te sluiten bij de verzekering van deze ontwerpers.      

  • 14
    jun.
    Polis rechtsbijstand als ondersteuning van uw professionele activiteiten als ontwerper in de bouwsector 

    Als ontwerper in de bouwsector hebt u een polis beroepsaansprakelijkheid die dekking verleent ingeval uw aansprakelijkheid in het gedrang komt door uitoefening van uw beroepsactiviteiten.  Deze polis neemt ook de kosten van de juridische en technische bijstand ten laste, maar enkel ingeval u wordt ingebreke gesteld voor een al dan niet vermeende beroepsfout.   In onze snel evoluerende en steeds complexere maatschappij is de kans echter groot dat u vroeg of laat in een conflict verwikkeld geraakt die niets te maken heeft met een mogelijke fout bij de uitoefening van uw beroep.  Ook in die gevallen moet u kunnen rekenen op professionele steun en dit kan door het onderschrijven van een polis rechtsbijstand. 

    In een eerste fase zullen medewerkers van de rechtsbijstandsverzekeraar u adviseren wat u in dergelijk geval best kan doen.  Ze zullen proberen om met de tegenpartij in contact te komen om een minnelijke oplossing te bekomen.  Lukt dit niet en moeten er toch juridische stappen worden genomen, dan zal u beroep kunnen doen op een advocaat of een expert naar uw vrije keuze.  De kosten van deze bijstand en van de gerechtsprocedure zullen door de verzekeraar ten laste worden genomen. 

    Een aantal gespecialiseerde rechtsbijstandsverzekeraars bieden een specifieke polis aan voor bescherming van uw professionele activiteiten als ontwerper in de bouwsector, en sommigen doen dit in samenwerking met een verzekeraar beroepsaansprakelijkheid. 

    De rechtsbijstandsverzekeraar DAS biedt een polis aan waarbij forfaitaire premies worden gevraagd afhankelijk van de grootte van uw kantoor en het aantal medewerkers.  U kan de waarborgen waarvoor u verzekerd wenst te zijn zelf kiezen door naast het basispakket eventuele bijkomende dekkingen te onderschrijven voor geschillen inzake arbeids- en sociaal recht, administratief- en fiscaal recht, contracten met leveranciers, verzekeringscontracten, …  Het is evenwel niet mogelijk om de invordering van onbetaalde erelonen te verzekeren.   De polis voorziet wel een burgerlijke verdediging, echter beperkt tot bescherming van de belangen van de verzekerde bij vorderingen tot buitencontractuele schadevergoeding.  Ook de verdediging bij geschillen met de verzekeraar Burgerlijke Aansprakelijkheid is beperkt tot geschillen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid.   

    Euromaf biedt aan haar verzekerden de mogelijkheid om een polis rechtsbijstand te onderschrijven naast hun polis beroepsaansprakelijkheid en zij werken hiervoor samen met de gespecialiseerde rechtsbijstandsverzekeraar LAR die instaat voor het beheer van de schadegevallen.   In deze polis is wel waarborg voorzien voor de invordering van onbetaalde erelonen.  De premieberekening gebeurt op dezelfde basis als voor de polis beroepsaansprakelijkheid, dus op basis van de jaarlijkse aangiftes.  De tarificatie wordt individueel bepaald per polis en is te bevragen bij de maatschappij.

    De maatschappij Ar-Co biedt een polis rechtsbijstand aan, maar enkel voor haar verzekerden-coöperanten. 

    De maatschappij Protect biedt al geruime tijd een polis rechtsbijstand aan, in samenwerking met de rechtsbijstandsverzekeraar ARAG, die instaat voor het zelfstandig beheer van de schadegevallen.  Op basis van de ervaringen gedurende de voorbije jaren werd deze polis onlangs herwerkt, werden een aantal bijkomende waarborgen voorzien en werden de verzekerde bedragen opgetrokken.   Een belangrijke toevoeging is de waarborg “burgerlijke verdediging” waarbij verdediging van verzekerde  wordt voorzien tegen vorderingen tot schadeloosstelling niet enkel op grond van buitencontractuele, maar ook op grond van contractuele aansprakelijkheid.  Verzekerde kan zich op deze waarborg beroepen ingeval er een belangenconflict zou ontstaan met zijn verzekeraar beroepsaansprakelijkheid.  Andere bijkomende waarborgen zijn vergoedingen ingeval van insolventie van derden en het voorschieten van een strafrechtelijke borgtocht.  De invordering van onbetaalde erelonen blijft gewaarborgd.

    Nieuwe polissen zullen automatisch deze ruimere voorwaarden voorzien.  Verzekerden die al een polis rechtsbijstand bij Protect hebben, kunnen een offerte vragen voor upgrading van hun polis naar de nieuwe voorwaarden.   De premie wordt berekend op de opgevraagde erelonen en dus op basis van jaarlijkse aangiftes.

    Wenst u een offerte voor een polis rechtsbijstand, of wenst u een upgrade van uw huidige voorwaarden, contacteer ons en wij bezorgen u vrijblijvend een gedetailleerde offerte.

  • 12
    jun.
    Recht op vergoeding voor het opmaken van een voorontwerp 

    Nu en dan krijgen wij de vraag van onze klanten architecten of een vergoeding kan geëist worden van de bouwheer voor o.a. ontwerpschetsen en andere reeds geleverde prestaties in de pré-contractuele fase. Het gebeurt immers wel eens dat de architect een voorontwerp heeft opgemaakt en nadien moet vaststellen dat de bouwheer geen verder beroep wenst te doen op diens diensten en met een andere architect in zee gaat. Wat kan de architect in dat geval doen om zich zo goed mogelijk te wapenen tegen het risico voor niet betaalde prestaties? 

    Vertrouwensrelatie architect-bouwheer

    Bij het aangaan van een nieuw project gaat de architect er vaak van uit dat een schriftelijke overeenkomst bij de eerste gesprekken niet nodig is. In de meeste gevallen zal dit ook inderdaad zo zijn en zal de ondertekening van de architectenovereenkomst in een latere fase gebeuren. De opmaak van het voorontwerp zal dan opgenomen worden in het totale ereloon dat bepaald zal worden in het latere op te stellen architectencontract. Echter wanneer de samenwerking niet zo vlot verloopt als oorspronkelijk gehoopt en de samenwerking tussen architect en bouwheer wordt verbroken nog vooraleer er een architectenovereenkomst werd afgesloten, zal het voor de architect niet altijd evident zijn om vergoeding te eisen.

    Het is meestal geen optie om bij de eerste contacten met de bouwheer een architectencontract op te stellen en door beide partijen te laten ondertekenen. Pas wanneer het voorontwerp van de architect overeenstemt met de wens en visie van de bouwheer zal het tot een architectenovereenkomst komen. Pas dan zullen ook concrete afspraken worden gemaakt betreffende het ereloon van de architect. 

    Bewijs van overeenkomst en van omvang van de vergoeding

    Wanneer bij de eerste gespreken geen geschreven afspraken worden gemaakt betreffende de te leveren prestaties van de architect voorafgaand aan het architectencontract, zal het aan de architect zijn om te bewijzen dat  hij het akkoord heeft gekregen om bijvoorbeeld een schets of voorontwerp te maken. De architect draagt dan ook de bewijslast van het bestaan van een overeenkomst. Om recht te hebben op vergoeding voor diens geleverde prestaties zal hij tevens moeten bewijzen dat er een akkoord bestond omtrent de vergoeding die de architect wenst aan te rekenen. De architect bevindt zich hier aldus in een lastig parket.

    Enkel wanneer  uit briefwisseling of mailverkeer uitgaande van de bouwheer kan afgeleid worden dat de bouwheer aan de architect gevraagd heeft om een schets of voorontwerp op te maken of wanneer in antwoord op een door de architect overgemaakte schets de bouwheer enkele van zijn wensen en aanpassingen aan de architect overmaakt, zou een begin van bewijs door geschrift kunnen worden aanvaard en zal het bestaan van een overeenkomst kunnen aanvaard worden. Daarnaast zal de architect ook de omvang van de vergoeding voor de prestaties dienen te bewijzen. Bij gebreke aan elk bewijs van enig akkoord omtrent het toepasselijk tarief op de geleverde prestaties kan de bevoegde rechtbank de vergoeding begroten, op voorwaarde uiteraard dat het bewijs van de opdracht werd geleverd.

    Afsluiten van een pré-contract

    Om eventuele latere problemen te vermijden doet de architect er dus goed aan om reeds van bij de eerste kennismaking een eenvoudig pré-contract af te sluiten met de bouwheer. Dit kan een summier document zijn dat door beide partijen is ondertekend waaruit duidelijk blijkt dat er een vergoeding is voor de architect voor de te leveren prestaties in het kader van het voorontwerp. Hier kan u een voorbeeld van dergelijk pré-contract terugvinden. Uit ondervinding merken wij op dat vele architecten verkiezen om een forfaitair bedrag als vergoeding te vragen voor het opmaken van een voorontwerp.

    Polis rechtsbijstand

    Door het afsluiten van een polis rechtsbijstand verkrijgt de architect bijstand op rechtskundig vlak (zowel minnelijk als gerechtelijk) wanneer hij geconfronteerd wordt met een probleem van professionele aard. Zo kan de architect door middel van zijn rechtsbijstandsverzekering beroep doen op een advocaat indien hij de bouwheer in gebreke wenst te stellen. Deze rechtsbijstandsverzekering mag echter niet verward worden met de waarborg verdedigingskosten in de polis beroepsaansprakelijkheid.

    Ons verzekeringskantoor biedt een op maat gesneden rechtsbijstandspolis aan met specifieke waarborgen in functie van het beroep van de architect. Ook het invorderen van achterstallige erelonen is gewaarborgd. Let op, de meeste professionele rechtsbijstandsverzekeringen bieden deze waarborg niet aan. U kan steeds ons kantoor (info@idesramboer.be) raadplegen voor meer tekst en uitleg betreffende de specifieke waarborgen, verzekerde bedragen en andere modaliteiten van deze polis.