Project in de kijker

Ter Poele - Brugge

Met het project ‘Ter Poele’ ontwierp architectenbureau LMS Vermeersch voor de Brugse Huisvestingsmaatschappij een uniek concept. Het gebouw omvat de nieuwe kantoren van de maatschappij en twee appartementsblokken met sociale huurwoningen. Het kantoorgebouw heeft een energieverbruik dat aardig in de buurt komt van een passiefhuis.

Ook de Brugse Huisvestingsmaatschappij heeft een degelijk onderdak nodig. De maatschappij ruilde twee jaar terug zijn toenmalige verouderde kantoren in voor een nieuwbouw in het park Ter Poele, een vroeger kasteeldomein in de Brugse randgemeente Sint-Pieters. Naast kantoren trok de maatschappij geheel trouw aan zijn missie ook 48 sociale huurwoningen op voor alleenstaanden en kleine gezinnen. Het project viel binnen een zogenaamde CBO-procedure van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW). CBO betekent voluit Constructieve Benadering Overheidsopdrachten en staat voor een publiek-private samenwerking binnen de sociale huisvestingssector. Hierbij worden grondinbreng, projectontwerp en realisatie in één procedure geïntegreerd.

Architect Sébastien Vermeersch: “De CBO-procedure maakte dat we moesten werken binnen een welomlijnde timing en met een strikt budget. We dienden onze keuzes voor materialen, technieken en bouwmethoden dus heel bewust te maken. Een eerste voorbeeld hiervan zijn de funderingen zelf. In de nogal drassige ondergrond kwamen geen traditionele betonnen paalfunderingen maar werd gekozen voor een grondverbetering met grindkernen. Na overleg met de aannemer en de ingenieur bleek dat deze techniek evenwaardige resultaten zou bereiken en tegelijk sneller kon uitgevoerd worden dan paalfunderingen.”

Laag energieverbruik

De appartementsvleugels zijn bekleed met een parementsteen, waarbij elke vleugel een eigen uitgesproken kleur kreeg. Het gaat om wit en antraciet. In combinatie daarmee, zorgt een bekleding met fel gekleurde gevelplaten voor een speels effect. In de aansluiting van de twee vleugels lopen de bleke en donkere baksteen over in de gestreepte buitenschil van het nieuwe kantoor van de BMH. Maar niet enkel de gevel maakt dit gebouw interessant: vooral het uitermate lage energieverbruik is hier vermeldenswaardig. Het heeft een K-waarde van slechts 23 en een E-peil van 68.

“De structuur is een zuivere betonskeletbouw bestaande uit kolommen, balken en gewelven. De gevels van het kantoor zijn uitgevoerd in een lichte houtskeletbouw die voldoet aan de passiefnormen. De gevelelementen werden in atelier geprefabriceerd, ter plaatse gemonteerd en gevuld met hoogwaardig isolatiemateriaal. Daarna wordt de buitenschil eveneens afgewerkt met gekleurde gevelplaten in geperst steenwol.”

Er wordt gebruik gemaakt van een Boorgat-Energie-Opslagsysteem met verticale warmtewisselaars, dat in combinatie met een grondgekoppelde warmtepomp de kantoren van warme en gekoelde lucht kan voorzien. Dat gebeurt via conditioneringsbalken in het verlaagd plafond met geïntegreerde bewegingssensor en verlichting. “Deze balken zijn ingeplant in een grid in functie van de flexibiliteit van het gebouw en kunnen modulair geprogrammeerd worden. Elke module is automatisch gestuurd en reageert binnen zijn bereikzone op de activiteit, de temperatuur en de lichtintensiteit. Zo komen we tot een optimaal rendement van de installatie.”

Niveauverschillen

Het kantoorgebouw heeft eveneens een circulatiefunctie voor de appartementsbewoners. Via de inkomhal van het gebouw zijn liften en trappen toegankelijk waarlangs je de overdekte passerelles kan bereiken. “Deze trappen en liften houden rekening met de niveauverschillen tussen het kantoor, dat drie verdiepingen telt, en de appartementsblokken die bestaan uit vier niveaus.  Langs de buitenzijde van het project hield LMS hier rekening mee door te werken met horizontale en verticale lijnen. “De woningblokken hebben sowieso een horizontale structuur. Daarom werkten we bij het kantoor met verticale U-profielen. Dit maakt de niveauverschillen minder opvallend en geeft bovendien een duidelijke ritmiek aan het kantoorgebouw.”